Schematherapie
Schematherapie is een wetenschappelijk bewezen effectieve vorm van psychotherapie. Het wordt toegepast als therapie voor langdurige klachten zoals een negatief zelfbeeld, (chronische) depressiviteit en/of persoonlijkheidsproblematiek, vaak in het kader van problemen met andere mensen in de sociale omgeving.
Voel je je snel afgewezen en verdrietig als een vriend of vriendin een afspraak afzegt? Zorgt kritiek van een collega op je werk ervoor dat jij je mislukt, onzeker of boos voelt? Of durf jij nooit een intieme relatie aan te gaan omdat jij bang bent om verlaten of gekwetst te worden? Het zijn voorbeelden van terugkerende vervelende gevoelens en hardnekkige gedragspatronen die veel negatieve invloed op je leven kunnen hebben.
Schematherapie helpt je de oorsprong van hardnekkige patronen te doorgronden en veranderen. Tijdens de behandeling wordt de invloed van ervaringen uit je jeugd op je denken en doen onderzocht. Je leert je patronen herkennen en zodanig te veranderen dat je anders gaat denken, je beter gaat voelen en dingen anders gaat doen. Ook leer je om je behoeften te herkennen en hier op een gezondere manier mee om te gaan. Hierdoor zul je beter richting kunnen geven aan je leven en je relaties met anderen kunnen verbeteren.
Affectfobie therapie
Affectfobie therapie (AFT) wordt toegepast als behandeling voor angst, depressie en ontwijkende persoonlijkheid. Emoties zijn de sterkste drijfveren van menselijk gedrag. Ze kunnen gezond, adaptief gedrag motiveren, zoals helpen om de juiste keuzes te maken, dicht bij anderen te zijn en grenzen te stellen als dat nodig is. Maar emoties kunnen ook beangstigend zijn. Om het verschil tussen de angst voor een eigen gevoel of beleving en de angst voor externe situatie te verduidelijken, denk maar aan een persoon met een klassieke fobie, zoals een angst voor liften, die zichzelf pijn of tekort doet door geen wenselijke baan aan te nemen omdat deze zich in een hoog gebouw bevindt. Evenzo kan een persoon met een affectfobie gevoelens van verdriet vermijden door, in plaats van verdrietig, boos te worden, wat relaties kan schaden.
Een affectfobie kan zich ontwikkelen als we geleerd hebben dat emoties er niet mogen zijn of als we vrezen overweldigd te worden door wat we ervaren. Dan kunnen we bang worden voor wat we voelen, en een zogenoemde emotie-of affectfobie ontwikkelen. We trekken ons terug, vervreemden van anderen, durven niet meer kwetsbaar te zijn en missen plezier in ons leven. Doordat we onze gevoelens hebben weggestopt verdwijnt ook ons positief zelfgevoel en spontaniteit, en kunnen we last krijgen van spanning, onrust, een moe en uitgeput gevoel en vage lichamelijke klachten. We worden ontevreden over ons werk of onze relaties en durven ons daarin niet te laten gelden. In zulke gevallen kan een therapie die focust op de angst voor gevoelens behulpzaam zijn. Affectfobietherapie heeft als doel emoties weer toe te laten en te leren hanteren.
Traumagerichte therapie
Je kunt een trauma krijgen wanneer je een schokkende gebeurtenis hebt meegemaakt. Bijvoorbeeld een heftig verkeersongeval, het overlijden van een dierbare, geweld of een heftig verkeersongeluk. Soms kunnen de herinneringen aan het trauma te heftige emoties bij je oproepen en dat wil je niet voelen. Je wilt dit trauma helemaal niet herbeleven en je doet er juist alles aan om de herinnering aan het trauma te vermijden. Maar juist door het vermijden van jouw herinnering aan het trauma wordt het probleem op lange termijn erger. De herinnering wegdrukken is een tijdelijk oplossing, geen blijvende.
De meeste trauma behandelmethodieken zijn gebaseerd op blootstelling aan herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen meteen sterke emotionele lading. De zintuigelijke ervaringen, gedachten, lichamelijke sensaties en emoties die de herinneringen in het hier-en-nu oproepen worden daarbij uitgevraagd. De vermijding van gedachten en gevoelens die met de traumatische gebeurtenis te maken hebben wordt daarmee doorbroken. Dit maakt plaats voor het doorstaan en verdragen van angst, woede, schaamte, walging en verdriet. In eerste instantie wordt de pijn die gekoppeld is aan de traumatische gebeurtenis gevoeld. De blootstelling aan –en de verwerking –van deze emoties in de therapie leidt tot verlaging van de fysiologische stressreactie en de psychologische pijn.
EMDR
EMDR is een vorm van therapie die gebruikt wordt voor het verwerken van trauma’s. De afkorting staat voor Eye MovementDesensitizationReprocessing. Een EMDR behandeling kan helpen om de emotionele lading bij een heftige herinnering te verminderen. Je vergeet niet wat er is gebeurd, maar de emoties die je erbij voelt worden minder sterk. Dat kan uitkomst bieden wanneer je (langdurige) klachten hebt als gevolg van een trauma.
Verschillende schokkende gebeurtenissen kunnen leiden tot verwerkingsproblemen. Bijvoorbeeld als je slachtoffer bent van bedreiging van fysieke veiligheid zoals: (auto)ongeval of verwonding, ernstige ziekte, overval, mishandeling of getuige van mishandeling/geweld, (seksueel) misbruik, aanranding of verkrachting, brand, natuurramp of oorlogssituatie. EMDR kan ook toegepast worden bij verlieservaringen zoals: verlies van een baan, verlies van een geliefde en/of verlies van autonomie.
BEPP
De Beknopte Eclectische Psychotherapie voor PTSS (BEPP) is een aangetoond effectieve behandeling voor PTSS die aansluit bij het natuurlijke emotionele verwerkingsproces van ingrijpende gebeurtenissen. De therapie bestaat uit 16 sessies, waarin eerst uitleg over de klachten en de relatie met het trauma gegeven wordt. Middels imaginaire exposure wordt terug gegaan naar de traumatische ervaring om verdriet en boosheid toe te laten.
Door te schrijven van bijvoorbeeld een boze brief en/of afscheidsbrief aan overleden mensen komen belangrijke gevoelens voor de verwerking aan bod. Als dan de klachten aanzienlijk verminderd zijn, wordt de aandacht gericht op de impact van het trauma op iemands leven en op wat men er van kan leren. BEPP is een intensieve maar meestal succesvolle behandeling, die helpt om het trauma te verwerken en om het leven op een nieuwe manier te aanvaarden.
Imaginaire Exposure
Imaginaire Exposure is een vorm van cognitieve gedragstherapie die gebruikt wordt bij traumaverwerking. Tijdens de Imaginaire Exposuretherapie ga je in gedachten terug naar de gebeurtenis. Je vertelt tijdens de sessies over jouw trauma. Je probeert dit zo veel mogelijk in detail te doen. Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld naar bepaalde geuren of kleuren tijdens de schokkende gebeurtenis te vragen. Vaak ga ik je vragen om geluidsopnames van de door jou vertelde herinneringen te maken en deze opnames thuis te beluisteren. Door telkens weer je traumatische gebeurtenis te beschrijven en terug te beluisteren, ga je de herinnering minder vermijden. De angst voor je traumatische herinneringen neemt geleidelijk af en er ontstaat ruimte voor verwerking. Hierdoor voel je meer controle bij hoe je je voelt wanneer je aan de traumatische gebeurtenis terugdenkt. Wanneer de heftige emoties die met de trauma te maken hebben afnemen, nemen de herbelevingen, nachtmerries en de flashbacks ook af.
Net zoals bij alle andere traumaverwerkingstechnieken, vindt ook imaginaire exposure plaats binnen een veilige omgeving. Om verwerking van je trauma op gang te brengen is het nodig dat je spanning bij het vertellen over je trauma gradueel herbeleeft, maar er niet door overweldigd wordt. Zo nodig, gaan wij verschillende maatregelen samen afspreken om je gevoel van veiligheid op ieder gegeven moment van de sessie te helpen herstellen.
Imaginaire Rescripting
Imaginaire Rescripting (ImRs) is een behandeltechniek die zich richt op het verbeelden en veranderen (rescripten) van beladen traumatische herinneringen.
Als volwassekom je soms in situaties terecht die doen denken aan vroegere situaties die sterk beladen zijn met heftige emoties. Dit kan heel naar voelen, ook al is de situaties in het heden in feite veel minder vervelend en dreigend zijn dan in het verleden. Wanneer je met (te) sterke emoties uit het verleden op situaties in het heden reageert, kunnen nieuwe vervelende gevolgen ontstaan.
Imaginaire Rescripting geeft je de kans om je nare herinneringen als het ware te herschrijven door je in te beelden hoe je zou willen dat de gebeurtenis afloopt en hoe je dit uitvoert. Je leert om contact te maken met je behoeften en je gedrag daarop te richten. Je leert bijvoorbeeld dat je gevoelens van machteloosheid, angst of boosheid kunt veranderen door traumatische situaties waar deze gevoelens in al hun heftigheid naar voren kwamen te ‘rescripten’.
De toepasbaarheid en effectiviteit van Imaginaire Rescripting is goed te vergelijken met EMDR. Daarmee is ImRs niet alleen inzetbaar voor traumabehandelingen, maar ook voor andere problemen waar ingrijpende levenservaringen van invloed op zijn. Te denken valt aan angsten, depressie, agressieproblemen, somatoformestoornissen, eetstoornissen en bij een gering gevoel van eigenwaarde.
Cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie (CGT) leert je om anders tegen problematische situaties aan te kijken en er anders mee om te gaan. Het gaat er van uit dat problemen beïnvloed en in stand gehouden worden door iemands gedachten en gedrag. Door het onderzoeken, bespreken en veranderen van dat gedrag en die gedachten nemen de psychische klachten af. Cognitieve gedragstherapie bestaat uit een combinatie van gedragstherapie en cognitieve therapie.
Cognitieve therapie
Cognitieve therapie gaat vooral uit van de invloed van het denken op het gevoelsleven en het doen. Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven gewoonlijk vanuit een negatief standpunt beziet, wordt makkelijker angstig, somber of geïrriteerd, met alle negatieve gedragingen tot gevolg. In cognitieve therapie onderzoeken therapeut en cliënt of die negatieve wijze van denken wel helemaal klopt. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met elkaar. De nadruk ligt op het wijzigen van de manier van denken die mensen met een emotioneel probleem hanteren. Wanneer inderdaad blijkt dat de cliënt geneigd is om te negatief over allerlei zaken te oordelen, zoeken zij samen uit welke geschiktere manier van denken passend is. Depressieve mensen bekijken bijvoorbeeld of zij inderdaad mislukt zijn in het leven en of andere personen hen werkelijk niet mogen of minachten. Bij het uitwerken van meer realistische standpunten en gedachten maakt de therapeut gebruik van specifieke cognitieve oefeningen en huiswerkafspraken.
Gedragstherapie
In gedragstherapie staat het gedrag van de cliënt centraal. Hoe iemand handelt bepaalt namelijk in belangrijke mate hoe iemand zich voelt. Wie geneigd is om uit angst bepaalde zaken uit de weg te gaan, zal zijn angst vaak eerder versterken dan verminderen. Wie niet goed weet hoe hij zijn mening het beste naar voren kan brengen, zal eerder onzeker of juist geïrriteerd worden. Wie niet heeft geleerd hoe hij zich moet beheersen, zal gemakkelijk het slachtoffer worden van zijn eigen impulsiviteit.
Binnen gedragstherapie brengen therapeut en cliënt eerst het problematische gedrag en de omstandigheden waarin die voorkomen in kaart. Vervolgens helpt de therapeut de cliënt om met beter passende gedragspatronen te reageren op die omstandigheden. Hiervoor worden diverse oefeningen en huiswerk gedaan. Zowel het inventariseren van problematisch gedrag als het bedenken en oefenen van nieuw, beter passend gedrag doen cliënt en therapeut samen.
Schematherapie groep
Schematherapie is een integratieve vorm van psychotherapie die elementen uit verschillende behandelvormen combineert, waaronder cognitieve gedragstherapie, experiëntiële en gestalttherapie en psychodynamische therapie. De behandeling richt zich op hardnekkige patronen, ook wel schema’s genoemd, die in je leven zijn ontstaan en je huidige gevoelens, gedachten en gedrag blijven beïnvloeden. Deze ontstaan vaak in de kindertijd en blijven later invloed uitoefenen op hoe je naar jezelf, anderen en de wereld kijkt. Ze kunnen ervoor zorgen dat je steeds opnieuw in dezelfde problemen terechtkomt.
Veelvoorkomende schema’s zijn het gevoel dat je faalt of minderwaardig bent, de overtuiging dat anderen je pijn zullen doen of misbruiken, het idee dat je er niet bij hoort, of het gevoel dat je emotionele behoeften nooit vervuld zullen worden. Mensen herkennen vaak meerdere schema’s tegelijk. Hoe je met deze schema’s omgaat verschilt: je kunt ze vermijden, eraan toegeven of juist overcompenseren. Deze strategieën houden het patroon meestal in stand.
Groepsschematherapie is geschikt voor mensen die merken dat ze telkens in dezelfde patronen vastlopen. Bijvoorbeeld bij terugkerende relatieproblemen, aanhoudend laag zelfvertrouwen, moeite met het uiten van emoties of hardnekkige gevoelens van somberheid of angst. Groepsschematherapie biedt een veilige omgeving om deze patronen te herkennen en te doorbreken. In de groep ontdek je hoe je op anderen reageert, krijg je steun en eerlijke feedback, en merk je dat je niet de enige bent met dit soort problemen. Je kunt nieuw gedrag uitproberen en zien wat het effect daarvan is. De groep werkt als een kleine samenleving waarin dagelijkse situaties terugkomen, maar dan onder begeleiding van ervaren therapeuten.
In de behandeling wordt gewerkt aan zowel inzicht als verandering. Cognitieve technieken helpen om gedachten te onderzoeken en uit te dagen. Gedragsmatige oefeningen richten zich op het aanleren van nieuw, gezonder gedrag. Experiëntiële werkvormen helpen om emoties toe te laten of te uiten. Daarnaast leer je veel uit de interacties met anderen in de groep. Het uiteindelijke doel is dat de invloed van oude patronen afneemt en dat het gezonde, volwassen deel van jezelf sterker wordt. Dat deel kan beter voor je eigen behoeften opkomen, grenzen stellen en gelijkwaardige relaties aangaan.